Contact us | Sitemap 

Presidential Election Week 2000 (Dutch)

Een bezoek aan de VS op 'election day

Sinds de Amerikanen op 7 november naar de stembus gingen, zijn er vele tientallen rechtszaken gevoerd. Vrijdag gaf het Hooggerechtshof van Florida toestemming voor een hertelling van de als 'blanco' aangemerkte biljetten. Bush stapte onmiddellijk naar het Federale Hooggerechtshof in Washington om de uitspraak aan te vechten. Zaterdag bepaalde dit Hof dat de handmatige telling van stemmen direct moest worden gestaakt in afwachting van de definitieve uitspraak over het hertellen. En deze definitieve uitspraak zou wel eens heel snel kunnen komen. Want de advocaten van Gore en Bush mogen maandag anderhalf uur lang een mondeling pleidooi houden bij het Federale Hooggerechtshof. En men sluit niet uit dat dit Hof nog diezelfde dag een uitspraak doet. Gore heeft laten weten zich bij het besluit van het Federale Hooggerechtshof neer te zullen leggen.

De perikelen rondom de Amerikaanse verkiezingen worden in de Nederlandse media veel gekwalificeerd als 'soap'. Deze betiteling doet, volgens R.J. Hoekstra in onderstaand artikel, volstrekt afbreuk aan de ernst van de op te lossen problemen en getuigt ook van gebrek aan inzicht in de 'checks and balances' van het Amerikaanse constitutionele recht. Een verslag van een bezoek aan de Verenigde Staten op verkiezingsdag.

Door mr. R.J.Hoekstra

Bezoeken aan de Verenigde Staten, een en andermaal in het kader van het Atlantic and Pacific Exchange Program, hebben mij enkele kernelementen van het Amerikaanse staatsrecht bijgebracht.

Zo gebeurde ook tijdens het laatste bezoek van 4 t/m 11 november 2000, een bezoek onder de titel 'election week'. Een delegatie van ca. 25 personen uit bedrijfsleven, consultancy, public affairs, journalistiek, politiek en overheid werd tijdens een bezoek aan Washington DC door democraten en republikeinen vóór en na de verkiezingen op 7 november in vele gesprekken over met name de inhoud van het te verwachten beleid Gore/Bush geïnformeerd Exponenten uit de democratische en republikeinse partij gaven indringend informatie over beide kandidaten en hun beleid. Ook functionarissen als Eizenstatt (under-secretary of the Treasury) en Greenspan (Federal Reserve Board) waren bereid met de delegatie te spreken. Een belangrijk element in die gesprekken is altijd weer, of de nieuwe president in staat is het Congres, Huis en Senaat, te overtuigen mee te werken met zijn beleidsvoornemens. Een president die in staat is niet alleen zichzelf, maar vooral zijn vice-president en ministers en de leden van de staf, in te zetten voor die overtuiging, pleegt de meeste resultaten te bereiken. Vooral niet veel zelf willen doen, maar zijn medewerkers het vertrouwen gunnen het beleid inhoud te geven, is een belangrijke voorwaarde voor resultaat. Roosevelt, Eisenhower, Reagan zijn wat dat betreft meesters geweest in het bespelen van het Congres. Clinton is dat in mindere mate geweest, omdat hij zeker bij democraten van de rechtervleugel en bij republikeinen de indruk wekte een persoonlijk stempel op het beleid te willen plaatsen. Voor een machtige president, ook voor de schijn daarvan, is het Congres allergisch geworden sinds in zijn ogen presidenten als Kennedy en Johnson de VS de Vietnamoorlog in hebben gestuurd en Nixon weliswaar die oorlog heeft beëindigd maar niettemin zijn macht heeft misbruikt voor partijpolitieke doeleinden. Het opvallende, verrassende voor ons als Europeanen was, dat Clinton naar inhoud van beleid geprezen of gekritiseerd werd, naar kennis en overtuigingskracht bij iedereen werd gewaardeerd, maar in zijn rol als symbool van de VS, namelijk als staatshoofd, breed negatief werd beoordeeld (Lewinsky-affaire). De externe discussie over dat laatste aspect is weliswaar gesloten, maar woekert als een veenbrand door. Niet in de zin van het zoeken naar details van de waarheid, maar in de vraag, of en in hoeverre de waardigheid van het ambt is geschaad door het handelen van president t.o.v. een ondergeschikte in de ambtswoning van het staatshoofd. Het onderscheid staatshoofd/politiek leider leeft, zo is weer gebleken na Nixon (Watergate) en Carter (mislukte redding gegijzelden uit Teheran), zeer sterk. Zo bezien zat er een overwinning van Gore ook niet in, in de ogen van vele Amerikaanse gesprekspartners. Immers ondanks zijn integriteit, maakte hij deel uit van de Clinton-era. Maakte hij – daarom? – ook geen gebruik ten eigen behoeve van de sterke thema's van Clinton (social security, environment, education). Hij voerde campagne alsof hij niks met Clinton te maken had, evenmin als zijn opponent Bush.

Als dit allemaal zo voorzienbaar was, hield men dan rekening met een resultaat, zoals op 7 november bleek? Antwoord: ja.

De 'close to call' mogelijkheid komt in het Amerikaanse systeem vaker voor. Het districtensysteem in de VS impliceert dat de winnaar per staat alle stemmen van de kiesmannen krijgt ('the winner takes it all'). In zo'n systeem is 'het nummer 1 zijn' bepalend en dus komt het op tellen aan. Nummer 2 is er niet in het electorale systeem van de VS, anders dan in Nederland het geval is op basis van het evenredigheidsstelsel.

Tijdens een bezoek op de verkiezingsdag aan twee stembureaus in Maryland hebben we geoefend met het ponssysteem. Het vergde oefening – er is een oefenhok – het handmatige systeem zo te hanteren dat het juiste kruisje op de juiste wijze op de stemkaart werd doorboord. Het systeem is vooral gecompliceerd omdat per stemkaart acht kruisjes moeten worden doorboord: vier aan de voorkant, vier aan de achterkant, stem op de president, de senator, het lid van het Huis, de voorzitter van de board of education, en een aantal amendementen. Het is mij wel duidelijk geworden dat het stemmen voor meer doeleinden bij één stemming een premie op het nemen van risico's is. Het uitbrengen van de vele stemmen vergt grote zorgvuldigheid en rust. Zouden kiezers er tegen op zien naar de stembus te gaan en verklaart dat mede het lage opkomstpercentage in de VS?

In ieder geval, het Nederlandse systeem van afzonderlijke verkiezingsdata voor Tweede Kamer, voor Provinciale Staten en voor gemeenteraden is ook uit praktisch oogpunt en ter bevordering van de opkomstcijfers het verdedigen waard.

Het rotsvaste geloof van de Amerikanen in de trias politica, in de daarbinnen verankerde 'checks and balances' is voor ons Nederlanders wellicht moeilijk te bevatten, maar het is gebaseerd op goed onderwijs in de constitutionele geschiedenis van de VS. Het kiesmannensysteem houdt rekening met het feit dat dit land bestaat uit een lappendeken van kleinere en grotere staten, zoals ook bijvoorbeeld de samenstelling van de Senaat de invloed van kleinere en grotere staten gelijkelijk waarborgt (twee senatoren per staat). De federale Verenigde Staten verschillen qua uiteenlopendheid niet zozeer van de Europese Unie, behoudens dat Europa nog geen gekozen executieve heeft met daarbij behorende bevoegdheid, en evenmin een huis van afgevaardigden en een senaat heeft met overeenkomstige bevoegdheden. De Europese constitutie staat nog slechts in de steigers. De founding fathers die in de 18e eeuw de Amerikaanse constitutie tot stand brachten creëerden een bouwwerk, dat op onderdelen niet te wijzigen is op straffe van het uiteenvallen van het land. Men moet er dus in geloven; de constitutie is een essentieel instrument om de VS te behouden; er moet dus in onderwezen worden.

In de context van de trias politica speelt de rechter een relevante, soms bijna politieke rol. Anders dan in Nederlandse verhoudingen horen politiek en recht bij elkaar. Rechters krijgen electorale legitimatie of worden op grondslag van hun politieke oriëntatie benoemd. Constitutionele toetsing door de rechter zit in de genen van de grondwet van de VS.

Al met al moet en zal de Amerikaanse kiezer erop vertrouwen dat het systeem werkt. Op 20 januari 2001 is er een president;in de loop van de maand december is er een president-elect (verkiezingen door het college van kiesmannen). Hij die de keuze verwerft wordt geïnaugureerd als president en zal in die hoedanigheid door de Amerikanen worden geaccepteerd omdat de constitutie het wil en het aanzien van de VS intern en extern dat vergt.

De auteur is lid van de Raad van State.

Artikel afkomstig uit: Nederlandse Staatscourant 11.12.2000, nr 240

 


 
Exchange subscription

@ 2008 APEP All Rights Reserved
 |  Print this page